dinsdag 14 december 2010

Liever verwachten dan fantaseren

In het handbook of competence and motivation staat een hoofdstuk van Gabrielle Oettingen en Meike Hagenah, getiteld fantasies and competence. Zij maken onderscheid tussen compentieverwachting en competentiefantasie.

Competentieverwachting is de verwachting dat je een bepaald competentieniveau zult bereiken, gebaseerd op je positieve ervaringen met het verwerven van een niveau van competentie in het verleden en op weten hoe je dat competentie niveau hebt bereikt. Dit geeft je de indicatie dat een investering qua eigen actie/leergedrag ook in de toekomst tot succes zal leiden. Deze verwachting dat je een hoger competentieniveau kunt bereiken blijkt te leiden tot inspanning om daadwerkelijk dit hogere niveau te bereiken. De positieve verwachting leidt tot actie, positief gedrag en succes.

Een positieve competentie fantasie daarentegen heeft het tegenovergestelde effect van een positieve competentieverwachting. Een competentiefantasie is een plaatje, een beeld over je competentieniveau in de toekomst, zonder dat die dagdromen zijn gerelateerd aan wat je tot nu toe hebt gedaan om een bepaald competentieniveau te bereiken of aan wat je in de toekomst zult doen om een hoger competentieniveau te bereiken. Een competentiefantasie leidt niet tot actie of succes. Het leidt daarentegen tot weinig actie en verwachten dat het vanzelf komt.

Dit blijkt zowel op te gaan voor fysieke competentie als voor academische competentie. Bijvoorbeeld: Er waren twee groepen patiënten die een heupoperatie moesten ondergaan De ene groep kreeg de dag voor de operatie een vragenlijst die hun verwachting over hun herstel en mobiliteit na de operatie inschatte (competence expectation). Zij beantwoordden vragen over hun verwachting, zoals “ hoe waarschijnlijk denk je dat het is dat je twee weken na de operatie een korte wandeling kunt maken zonder stok?”. Deze vragen leidden tot een beschrijving van een verwachte realistische gewenste toestand. De andere groep kreeg een fantasieopdracht. Zij moesten scenario’s lezen en afmaken met hun eigen beelden. De beelden gaven hun fantasie over hun mobiliteit en herstel weer. Het fantaseren over hun mobiliteit in de toekomst triggerde een beschrijving van “ideale toestanden”. De patiënten zagen zichzelf weer vlotjes rondlopen.

Degenen die een inschatting hadden gemaakt van hun verwachte fysieke competentie bleken deze waar te maken in de praktijk. De competentieverwachting was een goede indicator van de daadwerkelijke competentie die bereikt werd. Degenen die fantaseerden over hun fysieke competentie bleken zowel een ideaal plaatje te hebben gemaakt qua resultaat (heel mobiel) als qua proces (weinig moeite om weer mobiel te worden). Deze fantasieën leidde tot een lager objectief competentieniveau (minder mobiel).

Kortom: verwachten werkt beter dan fantaseren. Het fantaseren over een positief toekomstig competentieniveau (zowel het uiteindelijk behaalde niveau als de manier waarop dat niveau is bereikt), vormt een belemmering voor de motivatie omdat het de inspanning die men levert doet afnemen en de stappen die men moet zetten om beter te worden ook afremt. Het sluit ook aan bij waar wij voor pleiten; help je client om zijn gewenste toestand te beschrijven en om zijn eigen positieve gedrag in de gewenste situatie te concretiseren en vraag niet naar vage dromen of wonderen die uitsluitend de fantasie aanwakkeren.