De reden van dit zo oefenen is dat de sleutel van een goed vervolg van het gesprek te vinden is op dat microniveau. Sluit je op microniveau niet goed aan, dan wordt de interactie al snel niet meer nuttig voor de cliënt.
Een voorbeeld. Aan het eind van een oplossingsgericht coachingsgesprek maakt de coach vaak gebruik van activerend evaluerende vragen. Met deze vragen kan de cliënt terugblikken op het gesprek en zijn eigen stap voorwaarts benoemen. Stel dat de coach op dwingende toon zegt:”We hebben nu een tijdje gepraat en ik vraag me af wat ga jij nou morgen anders doen?” Deze interventie is al activerend, het vraagt al naar gedrag van de cliënt en de cliënt kan zelf benoemen wat zijn volgende stap is. De interventie kan nog verbeterd worden, door de taal uitnodigender, oordeel-loser en meer appelerend aan intrinsieke motivatie en meer leidend van achteren te maken. Het woordje “nou” bijvoorbeeld, is oordelend en ongeduldig in deze vraag. Een betere variant zou zijn:”Is het nuttig om hier zo over te praten?” en als de client “ja” zegt, dan zou de vervolginterventie kunnen zijn:”wat is er met name nuttig voor je?” en als de cliënt iets benoemd dat hij nuttig heeft gevonden zou een goede vervolgvraag zijn:”hoe is dat bruikbaar voor je?” waarna de cliënt gaat beschrijven wat hij kan doen met wat hij nuttig vindt.
Nog een paar voorbeelden van het preciezer maken van formuleringen:
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen