dinsdag 27 september 2011

De kracht van hypothetische vragen

“Stel dat je zou weten dat de financiële crisis door het huidige kabinet in goede banen geleid zou worden….wat zou je dan bij de volgende verkiezingen stemmen?” Onderzoek door Sarah Moore et al of the University of Alberta laat zien dat dit soort “stel dat”-vragen niet zo neutraal zijn als ze lijken. Dit soort hypothetische vragen kunnen ons gedrag wel degelijk beïnvloeden. Wat het effect kan zijn?

Hypothetische vragen die positief of negatief geformuleerd zijn, roepen in ons brein die positieve of negatieve informatie op als we de volgende keer over het onderwerp denken. De vraag die hierboven staat kan het effect hebben dat de volgende keer dat je het onderwerp “financiële crisis” en “kabinet” hoort de associatie zult maken “dit kabinet lost de crisis goed op”.

De onderzoekers ontdekten dat de invloed van de hypothetische vragen sterker is wanneer de informatie aansluit bij wat je al weet over het onderwerp of de persoon. Dus als je al wist dat iemand een crimineel was, dan is de invloed van de vraag “stel dat je hoorde dat xxx fraude heeft gepleegd, zou je dan nog achter hem staan…?” sterker dan wanneer je altijd dacht dat die persoon onberispelijk was.

Hypothetische vragen kunnen sturend werken in coachingsgesprekken. Als de “stel dat-“ vraag positief is geformuleerd, dan kan dit een trigger voor de cliënt zijn om een positief perspectief te gaan ontwikkelen. Omdat de vraag als hypothetische vraag wordt gesteld, wordt de cliënt op subtiele manier uitgenodigd te praten over een positieve toekomst. Een voorbeeld: “ stel dat je wist dat dit probleem tijdelijk is…” of “stel dat de dingen volgende week beter gaan…”.

Nog een voorbeeld van de kracht van hypothetische vragen is het onderzoek van Polman en Emich dat laat zien dat mensen creatiever zijn als ze problemen van anderen moeten oplossen dan wanneer ze hun eigen problemen moeten oplossen. Lees hier verder.

NOAM Trainingen

Taalgebruik na trauma positiever


In zijn boek The secret life of pronouns schrijft Pennebaker over wat de woorden die we gebruiken over ons zeggen. Een interessant boek. Eén van de onderzoeksresultaten die hij beschrijft gaat over het taalgebruik rondom traumatische gebeurtenissen.

Pennebaker analyseerde de taal en de verandering in taalgebruik van duizend bloggers in de periode vlak voor en vlak na 9/11. Het bleek dat de bloggers na de aanvallen veel minder vaak het woord “ik” gebruikten in hun blog posts. Het gebruik van “wij” nam juist enorm toe. Het gebruik van emotie-woorden veranderde ook. Direct nadat de aanvallen hadden plaatsgevonden nam het aantal negatieve emotie uitingen toe, maar die namen snel af tot op het niveau van voor de aanvallen. Sterker nog, het aantal positieve emotie-woorden nam na 2 dagen na de aanvallen juist toe. Tien dagen na de aanvallen was het gebruik van positieve emotie-woorden hoger dan voor de aanvallen. Vlak na de aanvallen was het gebruik van cognitieve woorden (begrijpen, betekenis, nadenken e.d.) hoger dan vlak voor de aanvallen. Maar een week na de aanvallen begonnen de cognitieve woorden juist sterk af te nemen en dat lage gebruik van cognitieve woorden duurde twee maanden, voordat het weer op het niveau van voor de aanvallen lag.

Dit zijn de conclusies die Pennebaker trekt:
1. Gedeelde trauma’s brengen mensen dichterbij elkaar. Mensen besteden meer aandacht aan anderen en refereren aan zichzelf als onderdeel van een gedeelde identiteit. Het woord “wij” kwam veel vaker voor in de taal van de bloggers na 9/11 in vergelijking tot voor 9/11 toen diezelfde bloggers vaker het woord “ik” gebruikten.
2. Gedeelde trauma’s leiden de aandacht af van jezelf. Veel aandacht voor jezelf is een teken van depressie, mensen die depressief zijn gebruiken vaak het woord “ik”. de analyse van de taal van de bloggers liet zien dat ze wel verdrietig waren, maar niet depressief.
3. Gedeelde trauma’s zijn op veel manieren positieve gebeurtenissen. Gedurende minstens 2 maanden na 9/11 gebruikten de bloggers meer positieve emotie-taal en ze waren meer sociaal verbonden dan in de maanden voor de aanvallen.
4. Gedeelde trauma’s maken mensen dommer in de zin dat ze minder analytisch worden. in de week na de aanvallen schreven de bloggers simpeler taal, die suggereerde dat ze niet diep nadachten over wat ze schreven. De bloggers leken ook passiever te zijn en nieuwe informatie sneller te accepteren zonder kritisch te zijn.
5. De reacties van mensen op traumatische gebeurtenissen veranderen met de tijd. Hoe mensen schrijven over de traumatische gebeurtenissen verandert drastisch in de loop van de uren, dagen en weken nadat het is gebeurd.

Gedeelde trauma’s maken mensen minder egoistisch, meer gericht op anderen, meer bezorgd om anderen en mensen zoeken actief naar contact met elkaar. De meest afschuwelijke dingen kunnen het beste in ons naar boven brengen, zo stelt Pennebaker.

Uit de taal blijkt ook dat mensen heel goed kunnen omgaan met trauma’s. De meeste mensen weten ook automatisch wat het beste voor ze is. Vaak is het zo dat het jezelf afleiden van de pijn door eenvoudige dingen te doen goed kan helpen. Geen psychoanalyse vlak na een traumatische gebeurtenis, maar liever je kast opruimen en je administratie doen is Pennebakers advies.