vrijdag 3 juni 2011

Het plezier van beter worden

Beter worden is leuk. Het geeft energie en motivatie om nog verder te verbeteren.

Afgelopen week merkte ik dat opnieuw tijdens een incompany training voor een groep van ongeveer 30 schoolmaatschappelijk werkers. Een gedragswetenschapper in die organisatie was co-trainer. Samen deden we de training en bespraken we elk onderdeeltje dan de trainingsdag over oplossingsgericht werken op twee momenten. Voorafgaand aan het onderdeel wisselden we uit: wat zeg je bij de introductie van de volgende oefening en wat zeg je niet (geen theoretische uitleg bijvoorbeeld). Daarna voerde een van ons tweeën het onderdeel met de groep uit en was de ander stil. En na afloop evalueerden we wat goed werkte en waar verbetermogelijkheden zaten.

De verbetering die we merkten in hoe we de training uitvoerden was heel stimulerend. Of een oefening goed loopt ligt vaak aan hele subtiele dingen. Taal cues die een positieve verwachting creëren dat de oefening zinnig zal zijn bijvoorbeeld. Of taal cues die de deelnemers uitnodigen om zich open te stellen voor de ervaring van de volgende oefening.

Trainen is een vaardigheid die je kunt ontwikkelen, of je nu wel of niet van grote groepen houdt. Je overtuiging dat je beter kunt worden in trainen is een prima startpunt om ook daadwerkelijk beter te worden. Niet zozeer het "goed zijn" maar vooral het "beter worden" geeft voldoening en plezier.

Is dit een aardig compliment?: “Je bent een goede tekenaar! “

Onderzoekers van Stanford University kwamen erachter dat hele subtiele verschillen in taal de motivatie van kinderen beïnvloedt. Stel je het volgende experiment voor:

Kinderen van vier jaar oud kregen een van de volgende twee complimentjes als ze een mooie tekening hadden gemaakt:

“Jij bent een goede tekenaar!”
“Jij hebt een mooie tekening gemaakt!”

Op het eerste gezicht lijkt er misschien niet veel verschil te zijn tussen beide complimenten. Beide complimenten zijn aardig, toch?

Er is een subtiel verschil tussen beide complimenten, met een groot effect voor de motivatie van het kind. Het eerste compliment is een generiek compliment en is persoonsgericht. Het verwijst naar een persoonlijkheidskenmerk. Het tweede compliment is niet-generiek en verwijst naar 1 gebeurtenis. Het verschil tussen beide complimenten is dus nog subtieler dan het verschil dat Carol Dweck tot nu toe maakte tussen persoonscomplimenten en procescomplimenten. De formuleringen liggen immers heel dicht bij elkaar en veel ouders zullen beide type complimenten door elkaar heen gebruiken.

In het vervolg van het experiment moesten de kinderen naar een verhaaltjes luisteren en tekeningen erbij maken zoals een appel, een bus, een boom en een kat. Soms maakten ze dan een fout, ze vergaten de wielen van de bus of de oren van de kat.

Hoe denk je dat de kinderen reageerden op hun fout? Denk je dat het compliment dat ze hadden gekregen een verschillend effect had?

De kinderen kregen de volgende vragen voorgelegd na afloop van het experiment:
1. vind je de tekening die je hebt getekend mooi of niet mooi?
2. maakte het verhaaltje je blij of verdrietig?
3. zorgde alles wat er gebeurde in het verhaaltje ervoor dat je het gevoel hebt dat je goed bent in tekenen of niet goed bent in tekenen?
4. zorgde alles wat er gebeurde in het verhaaltje ervoor dat je het gevoel hebt dat je een goed meisje/jongen bent of geen goed meisje/jongen?
5. een andere keer, als je weer kon tekenen, zo je dan kiezen voor de bus (foute tekening), de boom (goede tekening) of de kat (foute tekening)?
6. als je morgen iets mag kiezen om te doen, kies je er dan voor te gaan tekenen of iets anders te gaan doen?
7. denk eens aan het verhaaltje toen je een kat tekenende en je de oren vergat. Wat zou je nu doen? Denk eens aan het verhaaltje toen je de bus tekenende en je de wielen vergat. Wat zou je nu doen?

De resultaten?
- Voordat de kinderen een fout hadden gemaakt in een tekening was er geen verschil tussen het generieke en het niet-generieke compliment. Beide complimenten waren even plezierig voor de kinderen.
- Nadat de kinderen een fout hadden gemaakt was er een significant verschil tussen de kinderen die een generiek compliment hadden gekregen en de kinderen die een niet-generiek compliment hadden gekregen. De kinderen die een generiek compliment hadden gekregen gedroegen zich na hun fout veel meer hulpeloos dan de kinderen die een niet-generiek compliment hadden gekregen. Ze waardeerden hun eigen prestaties veel minder (vraag 1 tot en met 4) en ze waren veel minder bereid om door te zetten en vol te houden om te tekenen (ze kozen er minder voor opnieuw te gaan tekenen of hun tekeningen waarin ze fouten hadden gemaakt te verbeteren).

Generieke complimenten impliceren dat er een vaststaande vaardigheid is die ten grondslag liggen aan de prestatie. Een fout is dus een teken dat de vaststaande vaardigheid op een lager niveau ligt dan het kind eerst dacht. Die kinderen beoordeelden hun eigen tekenvaardigheid lager in, voelden zich verdrietig en vermijden het de tekeningen waarin ze een fout hadden gemaakt nog eens te tekenen. Ze vermijden zelfs het tekenen in het algemeen en ze kwamen niet met ideeën (vraag 7) om hun foute tekeningen te verbeteren.

Kinderen die niet-generieke complimenten hadden gekregen reageerden veel minder emotioneel op fouten en ze hadden betere strategieën om hun fouten te verbeteren.

Samenvattend: subtiele verschillen in taal kunnen het geloof dat kinderen hebben in hun vaardigheden en hun prestatie motivatie beïnvloeden.

In september organiseren we een workshop Mindset, waarin we praktisch aan de slag gaan met de inzichten van dit soort onderzoeken.

Een simpele manier om je impulsen te beheersen

Een simpele manier om jezelf te helpen te impulsen te beheersen is deze: zet de beslissing om toe te geven aan de impuls af tegen de beslissing om er niet aan toe te geven.

Magen, Dweck en Gross deden onderzoek naar impulsbeslissingen. Een voorbeeld om dit te verhelderen. Stel dat je de keuze krijgt voor 5 euro vandaag of 26 euro over een maand. Als de keuzes op deze manier worden gepresenteerd lijken ze “one-shot events” te zijn. Je kiest of voor 5 euro nu of voor 26 euro over een maand. Toegeven aan je impuls zou zijn om voor de 5 euro te kiezen, die heb je immers direct nu. Je impuls beheersen en de beloning uitstellen zou zijn om voor de 26 euro over een maand te kiezen. Als de keuzes worden gepresenteerd als een reeks van beslissingen, dan blijkt het opeens gemakkelijker om je impulsbeslissing te beheersen. Dat gaat zo: wil je 5 euro vandaag en 0 euro over een maand of wil je 0 euro vandaag en 26 euro over een maand? De kans is nu groter dat je kiest voor 26 euro over een maand.

De kern van deze manier van je keuzes representeren is dat je de keuze ziet als een reeks van beslissingen en dat je de verborgen 0 zichtbaar maakt. Als ik nu dit kies, dan krijg ik over een maand niets. Dus als je je impulsen wilt beheersen kun je misschien dit proberen: zie je beslissing in een reeks van beslissingen en benoem de verborgen 0.