maandag 14 maart 2011

Hoe verschillend zijn mannen en vrouwen nu eigenlijk?

Laura Spinney schrijft in Newscientist van maart 2011 een overzicht van wat we weten over de verschillen en overeenkomsten tussen mannen en vrouwen. Ze baseert zich onder andere op een nieuw verschenen boek van Donald Pfaff, getiteld Man and Woman, an inside story. Pfaff heeft dit boek geschreven omdat hij, naar eigen zeggen, het zat was dat sommige auteurs net doen alsof mannen en vrouwen compleet andere wezens zijn (dat is niet zo) en dat andere auteurs net doen alsof mannen en vrouwen precies gelijk zijn (ook dat is niet zo). Wat is de "inside story”?

1. Als we worden geboren is in ons brein slechts lichtjes te zien of we van mannelijke of vrouwelijke sexe zijn. In de loop van ons leven ontwikkelen wij onze sexe verder zowel door hoe we worden opgevoed als door onze genen. Ons brein verandert voortdurend en er zijn kritieke periodes in de breinontwikkeling van een kind dat de sexe van het brein vormt. Als we volwassen zijn geworden zijn er vele verschillen tussen het mannelijke en vrouwelijke brein.

2. Het grootste deel van de mensen die zichzelf zien als “mannelijk” of “vrouwelijk” zijn inderdaad man of vrouw (dus mensen die zichzelf zien als mannelijk zijn over het algemeen mannen en mensen die zichzelf zien als vrouwelijk zijn over het algemeen vrouwen). De meeste mensen die zichzelf zien als mannelijk hebben een sexuele voorkeur voor vrouwen en andersom.

3. De gedragsverschillen tussen mannen en vrouwen kun je het beste vergelijken met de verschillen in lengte: de meeste mannen zijn langer dan vrouwen. Maar dat wil niet zeggen dat als de ene mens langer is dan de andere het per definitie een man is. Bij veel gedragsverschillen is het effect van sexe op gedrag zelfs nog veel kleiner dan het verschil in lengte (ongeveer de helft). Oftewel: verschillend gedrag tussen mensen is slechts voor een zeer klein gedeelte te verklaren op basis van de sexe.

4. Wat is licht gerelateerd aan sexe? Jongens spelen gemiddeld liever ruwere spelletjes dan meisjes. Het effect van sexe op dit gedrag is hierbij ongeveer net zo groot als bij het net beschreven lengte-effect.

5. Jongens zijn fysiek iets agressiever dan meisjes, zijn iets assertiever en hebben iets betere mentale rotatie vaardigheden. Dit effect is ongeveer de helft van het beschreven lengte-effect.

6. Meisjes zijn iets empathischer dan jongens en hebben iets fijnere motorische vaardigheden, zijn verbaal iets beter en hebben iets betere waarnemingssnelheid. Het effect is ongeveer de helft van het lengte-effect.

7. In wiskundig conceptueel denken, computervaardigheden en in het presteren op algemene intelligentietests is de sexe geen verklaring voor verschillen.


Net zoals op zoveel andere gebieden blijkt volgens Pfaff hieruit de ontwikkelbaarheid van mensen. Je sexe is geen fixed verklaring voor je gedrag. En zelf je sexe-ontwikkeling in je brein blijkt ontwikkelbaar.

Visualiseren, experimenteren, leren

Positieve, doelgerichte ontwikkeling draait denk ik om deze drie werkwoorden: visualiseren, experimenteren, leren.

• Visualiseren: maak een levendig en gedetailleerde voorstelling van je eigen positieve gedrag in je gewenste toekomst of in je succesvolle verleden.

• Experimenteren: zet kleine stappen en voer experimentjes uit door je eigen positieve gedrag in de praktijk te brengen.

• Leren: reflecteer op wat die experimentjes je opleveren. Wat werkt voor je? Brengt dit je inderdaad in de richting van je gewenste toekomst?

De drie werkwoorden kunnen door elkaar heen plaatsvinden. In 1 situatie kun je vrijwel tegelijkertijd bezig zijn met alledrie. Zo begeleidde ik afgelopen week een management team van een energiebedrijf en gedurende de bijeenkomst waren we met alledrie de werkwoorden bezig. We visualiseerden aan het begin van de dag: “Stel dat wij gedurende de dag merken dat het goede bijeenkomst is, waaraan merken we dat dan? Waaraan merken we dan volgende week dat deze bijeenkomst iets goeds heeft opgeleverd?” en ik stelde mezelf de vraag: “stel dat deze dag goed verloopt, wat heb ik dan gedaan om daarbij te helpen?”

Elk onderdeel van de bijeenkomst zag ik als een klein experiment. Is dit onderdeel nuttig voor ze? Levert dit iets goeds op? Wat werkt bij dit MT? En na afloop van een onderdeel reflecteerde ik, voor mezelf en ook samen met de MT-leden: “Was dit nuttig? Wat leverde het op?” Dit maakte het mogelijk om doelgericht verder te gaan en bij te stellen als dat gewenst was.

Ik merk dat het op meerdere niveaus iets goeds oplevert om deze drie werkwoorden in het oog te houden. Het geeft mezelf koers. Het leidt tot doelgericht samenwerken met je klant. Het leidt tot een nuttige tijdsbesteding. Het vergroot de kans op succes in de toekomst. Het levert energie en optimisme op. Het levert een breder perspectief op: meer mogelijkheden en opties. Het levert creativiteit op.

Als je doelgericht ontwikkelen graag gestructureerd aanpakt kun je kiezen waar je wilt beginnen. Je kunt beginnen met visualiseren en dan experimenteren en dan leren. Dan beantwoord je bijvoorbeeld eerst de vraag: “Stel dat het de komende week naar mijn tevredenheid loopt, wat gaat er dan goed? Wat doe ik dan dat goed werkt?” of “Wanneer is het me al eens gelukt om een week naar tevredenheid door te brengen? Wat deed ik toen dat goed werkte?”. Dan kun je vervolgens kleine experimentjes doen de komende week om te zien of dat inderdaad goed voor je werkt. En na afloop reflecteren op wat het je heeft opgeleverd. Maar je kunt ook beginnen met experimenteren en dan leren en dan je toekomstige positieve toekomst visualiseren. En je kunt ook eerst leren door te reflecteren, dan je gewenste toekomst visualiseren en dan gaan experimenteren.