donderdag 16 september 2010

Er gaat een laatje open

Dinsdag werkte ik met een groep van 50 schoolmaatschappelijk werkers, erg leuk zulke grote groepen. In duo’s praatten de deelnemers een minuut of tien over wat er goed was gegaan, wat ze voldoening had gegeven de laatste weken en wat er werkte in hun werk. Na afloop reflecteerde één deelnemer als volgt op het gesprek dat ze had gehad:

Mijn collega was eerst aan de beurt om iets te vertellen over wat goed was gegaan. Het duurde even om op gang te komen, om iets te vinden dat goed ging. Ik dacht ondertussen ook een beetje na over iets dat goed was gegaan bij mij, maar kon ook niet zo snel iets vinden. Op een bepaald moment had ze iets gevonden en begon ze erover te vertellen. Terwijl ze aan het vertellen was, schoot mij opeens ook iets te binnen waar ik tevreden over ben. Alsof er een ander laatje in mijn hoofd werd open gedaan. Het was inspirerend, want het geeft hoop en je kunt wat goed ging morgen zo weer inzetten.

Dit deed me denken aan een teambegeleiding die ik laatst deed. Ik startte met de vraag “ wat gaat goed, wat willen jullie behouden” en ik merkte dat de deelnemers wel dingen noemden, maar dat ze vrij snel klaar waren en begonnen te praten over problemen. Ik liet ze de dingen die ze al wel hadden benoemd op post its schrijven en nam vervolgens plenair uitgebreid de tijd om uit te vragen wat er goed ging, wat er goed werkte, wat het voordeel daarvan was en wat het opleverde dat het goed ging. Tijdens die plenaire discussie kwamen er opeens veel meer en veel concretere voorbeelden tevoorschijn. Alsof de laatjes in de hoofden open waren gegaan. Uiteindelijk werden toen de meest belangrijke dingen die goed gaat en die ze zeker wilden behouden benoemd.

Iemand zei laatst tegen me: "ik raak gedemotiveerd want ik heb geen succeservaringen met oplossingsgerichte interventies." Als de oplossingsgerichte professional een goede oplossingsgerichte vraag heeft gesteld en er komt niet direct een bruikbaar antwoord, dan kan de coach denken " dit werkt dus niet". Het vergt gemoedelijke vasthoudendheid van de professional en optimisme om dan op het oplossingsgerichte spoor te blijven. Gemoedelijke vasthoudendheid betekent meeveren met het antwoord an de client en terugkomen op je goede vraag. Optimisme betekent de grondhouding bij jezelf oproepen dat de vraag misschien nu nog niet in vruchtbare bodem valt en dat het nog even zijn tijd nodig heeft. Oplossingsgerichte vragen zijn vaak best vreemd en lastig direct te beantwoorden. Het is dus heel logisch dat de client denktijd nodig heeft.

Wat is voor jou een succeservaring met oplossingsgerichte interventies?

Quick Reference Card in het Engels

The process of helping a client is a collaborative process. The solution focused professional assists the client to define his own goals and to find his own solutions. Resistance is a useful concept to the extent that it informs the professional that the collaboration is not working to the client’s satisfaction. Resistance informs the professional that he should try something else to join the client, because what he is doing now doesn’t help the client. If the professional listens carefully to these signals of resistance and changes his interventions accordingly, the collaboration process can get back on track. The client’s track.

How does the professional recognise whether the conversation is being useful to the client? There are three types of interactions that can occur. These are the visitor typical interaction, the complainer typical interaction and the customer typical interaction (Berg, de Shazer).

We distinguish between solution focused helping and solution focused directing. Depending on what the professional is aiming at (helping or directing), the response to a visitor typical, complainer typical and client typical interaction differs. A summary is given in the quick reference card below (click on the picture to enhance).